Artikel 14 - Werkgroepen

  1. De stichting kent werkgroepen die zich met facetten van de doelstelling van de stichting bezighouden.
  2. Werkgroepen worden, al dan niet op voordracht van wijkbewoners, bij besluit van het bestuur ingesteld.
  3. Het bestuur kan een voordracht van wijkbewoners voor een werkgroep naast zich neerleggen als:
    a.   de voordracht door minder dan vijf wijkgenoten wordt ondersteund, of
    b.   de opgegeven doelstelling van de werkgroep gelijk of nagenoeg gelijk is aan de doelstelling van een bestaande werkgroep; of
    c.   de opgegeven doelstelling voldoende aansluiting met de doelstelling van de stichting ontbeert.
  4. Het bestuur kan besluiten een werkgroep op te heffen wanneer:
    a.   de doelstelling van de werkgroep is bereikt; of
    b.   de leden van de werkgroep daarom schriftelijk verzoeken; of
    c.   het aantal actieve leden van de werkgroep minder dan drie bedraagt; of
    d.   de werkgroep naar de mening van het bestuur in zijn feitelijke gedragslijn of intenties aanmerkelijk van zijn doelstelling afwijkt of nalaat activiteiten te ontplooien en er geen verbetering te verwachten is.
    Opheffing van een werkgroep op grond van onderdeel c of d is alleen mogelijk nadat het bestuur het voornemen tot opheffing aan de werkgroepleden heeft voorgelegd en er binnen een door het bestuur te stellen redelijke termijn geen verbeteringen zijn waargenomen.
  5. Een werkgroep bestaat uitsluitend uit natuurlijke personen die door het bestuur worden benoemd, geschorst en ontheven van hun taak. Het bestuur houdt daartoe een openbaar register bij.
  6. De werkgroep bepaalt zijn eigen werkwijze met inachtneming van de statuten, het huishoudelijk reglement, het instellingsbesluit van het bestuur alsmede de aanwijzingen van het bestuur.
  7. Het huishoudelijk reglement kan nadere regels geven over de samenstelling en werkwijze van de werkgroepen alsmede de wijze waarop de benoeming, schorsing of het ontslag van werkgroepleden tot stand komt.