Artikel 21 - Ontbinding en vereffening

  1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 20 van toepassing.
  2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is.  Aan haar naam wordt toegevoegd: "in liquidatie".
  3. Als de stichting op grond van een bestuursbesluit is ontbonden, treden de bestuursleden op als vereffenaars van het vermogen van de ontbonden stichting. Op deze vereffenaars zijn de bepalingen van de wet en deze statuten over de benoeming, de schorsing en het ontslag van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de zittende bestuursleden in de plaats treden van de Verenigde Bewonersvergadering.
  4. Een vereffenaar heeft dezelfde bevoegdheden, plichten en aansprakelijkheid als een bestuurslid, voor zover deze verenigbaar zijn met zijn taak als vereffenaar.
  5. Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt door de vereffenaars bestemd voor een doel dat zoveel mogelijk in overeenstemming is met de doelstelling van de stichting, of aan een nader door de vereffenaars vast te stellen ideëel of sociaal doel. Dit resterende wordt aan de desbetreffende (rechts)persoon of (rechts)personen overgedragen.
  6. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende zeven jaar berusten bij de persoon die de vereffenaars daartoe benoemen.